[ - Collapse All ]
Kraushaar  

Kraus|haar, das: krauses (1 a) Haar.
Kraushaar  

Kraus|haar
Kraushaar  

Kraus|haar, das: krauses (1 a) Haar.
Kraushaar  

n.
<n. 11; unz.> krauses Haar
['Kraus·haar]
[Kraushaares, Kraushaars, Kraushaare, Kraushaaren]